Het college van B&W heeft meermaals gesuggereerd dat de projectontwikkelaar een onherroepelijk en onvoorwaardelijk recht heeft op de levering van de gronden die nodig zijn voor woningbouw op Plakse Weide.

Dit recht op levering blijkt niet te bestaan. De stichting Leefbaarheid 3Wijken trekt deze conclusie uit de leveringsovereenkomst tussen de projectontwikkelaar en de eigenaar van de grond (de varkenshouder aan de Laarstraat). De stichting had de overeenkomst eerder deze week opgevraagd bij het Kadaster.

Inmiddels is ook B&W tot de conclusie gekomen dat onzeker is of en wanneer de projectontwikkelaar kan beschikken over de gronden. In een kennisgeving aan de gemeenteraad adviseert B&W om “de besluitvorming over het bestemmingsplan Plakse Weide uit te stellen”.

“Het uitstellen van de besluitvorming biedt de mogelijkheid om de juridische positie van de ontwikkelaar te onderzoeken en stukken voor te bereiden die de milieuhinder van het bestemmingsplan oplossen.”

Met “milieuhinder van het bestemmingplan oplossen” bedoelt B&W: het versoepelen van de geurnorm. Een versoepeling van de norm maakt woningbouw mogelijk, ook als de varkenshouder blijft boeren. De toekomstige bewoners krijgen dan wel te maken met aanmerkelijke stankoverlast.

Hoe dan ook: als de projectontwikkelaar de gronden niet verwerft, dan kan er sowieso niet gebouwd worden.

Vergelijkbare berichten