De Stichting Leefbaarheid 3Wijken heeft vandaag een open brief gestuurd aan het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Duiven.
De brief gaat over de geurmotie van het CDA. De motie roept het college op om per direct de procedure te starten om de geurnorm voor Plakse Weide (fase 2) te versoepelen. Alleen indien het college er in slaagt om ondertussen de varkenshouder te bewegen een luchtwasser aan te brengen in de oude stallen, hoeft de procedure niet te worden doorgezet. De kans, dat de varkenshouder daartoe bereid is, is zeer klein. De gemeenteraad heeft de motie op 18 februari aangenomen.
De stichting doet in de brief een beroep op het college om de motie niet uit te voeren. Anders is de kans zeer groot is dat meer dan honderd huishoudens, die over een paar jaar een woning zullen betrekken in de wijk Plakse Weide (fase 2), stankoverlast zullen ervaren en zullen worden blootgesteld aan diverse luchtverontreinigende stoffen (fijnstof, stikstofverbindingen, zoönosen, ed).
De stichting wijst onder andere op de periode 2003-2013. Toen had de varkenshouder nog geen enkele luchtwasser in bedrijf en hadden bewoners aan de rand van Lommerweide en Vergert-Oost te maken met ondraaglijke stankoverlast en met de gevolgen van luchtverontreinigende stoffen. De geurwaarden lagen toen tussen 3 en 6 OUE/m3. Sinds 2013 (plaatsing luchtwasser in de nieuwe stal) zijn de geurwaarden in de genoemde wijken lager dan 3 OUE/m3.
Tijdens de raadsvergadering werd geschermd met een notitie van Witteveen+Bos.
Deze notitie zou een versoepeling van de norm onderbouwen. Echter, volgens de stichting bevestigt de notitie de lijn van de GGD (maximaal 2 OUE/m3) en waarschuwt de notitie voor een versoepeling van de huidige norm van 3 OUE/m3. Witteveen+Bos concludeert: “In de eerste plaats volgen wij de lijn van de GGD en kan worden geconcludeerd dat de geurnormen (en met name de wettelijke afwijkingsmogelijkheden) een behoorlijk hoog hinderniveau toestaan waardoor er mogelijke onaanvaardbare gezondheidseffecten optreden.”





